Wereldoriëntatie


In de onderbouw worden alle onderwerpen verwerkt in de vorm van thema’s, die gedurende twee weken aan de orde komen. De onderwerpen staan dicht bij de belevingswereld van de kinderen. Zo wordt er ingespeeld op seizoenen, het verkeer in de wijk, beroepen, wonen, ziek zijn, enz.

In groep 3 en 4 wordt door middel van de methode  "De Zaken" de thema’s van wereldoriëntatie gekoppeld aan de thema’s van het aanvankelijk lezen.

Vanaf groep 5 is er sprake van een vakkensplitsing in aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en verkeer. Bij de aardrijkskundelessen wordt gebruik gemaakt van de methode “Meander”. Met behulp van  het digibord worden de kinderen mee op reis genomen naar steden, provincies, landen, werelddelen, rivieren, zeeën en oceanen. De verwerking van de leerstof vindt plaats in werkboeken. Ook de topografie komt ruimschoots aan bod.

Tijdens de geschiedenisles reizen we met de kinderen door de tijd, vanaf de prehistorie tot aan “nu”. In de groepen 6, 7 en 8 eveneens, echter ieder leerjaar wordt er dieper op de stof ingegaan. In onze methode “Brandaan” staat het gewone dagelijkse leven van de mensen centraal en niet zozeer oorlogen en koningen.

In het vakgebied natuur hebben we het niet alleen over de levende natuur, maar ook  eenvoudige fysica komt aan bod. Als leidraad voor deze lessen gebruiken we de methode Naut.